Universitaire Pabo van Amsterdam (UPvA)

Gepubliceerd op 3 november 2009

Studieprogramma

Universitaire Pabo van Amsterdam

De opleiding heeft een gevarieerd studieaanbod. Veel aandacht gaat uit naar leerpsychologie, pedagogiek, onderwijsontwerp, opvoeding en ontwikkeling van kinderen, en onderzoek. De verschillende schoolvakken als Nederlands, Rekenen en Wetenschap en Techniek komen aan bod, en je kunt een keuze maken uit de meer creatieve vakken als Tekenen, Fotografie en Dramatische Expressie.

Onderwijsvormen

Je krijgt o.a. hoorcolleges, werkgroepen, onderzoeksopdrachten, trainingen voor beroepsvaardigheden, workshops voor de kunstzinnige vakken en groepslessen voor bewegingsonderwijs. Ook doe je stages: de verhouding tussen theorie en praktijk is ongeveer 60 - 40. Voor stage ben je veel aan het werk op de Amsterdamse basisschool om onderwijs en onderzoek in de praktijk toe te passen.

Je volgt de lessen en werkgroepen in je eigen groep van de Universitaire Pabo van Amsterdam, hoorcolleges volg je met studenten van de UvA. De beoordeling van je vorderingen vindt plaats via tentamens, papers, werkstukken, opdrachten, projecten en praktijkbeoordelingen over je functioneren in de lespraktijk.

Jaar 1: de basis

In het eerste jaar leer je de basis over pedagogiek, onderzoek, onderwijs(kunde), academische vaardigheden en de schoolvakken van het basisonderwijs, zoals Geschiedenis, Aardrijkskunde, Biologie, Taal en Rekenen.

Ook loop je stage. Ter voorbereiding krijg je trainingen beroepsvaardigheden, zoals professioneel spreken, gesprekstechnieken en gebruik je de kennis uit de verschillende vakken. De activiteiten tijdens je stage zijn gericht op twee niveaus: op je eigen vaardigheden als docent primair onderwijs en op het doen van academisch onderzoek.

Jaar 2: onderwijs ontwerpen en onderzoeken

Bij de verdieping op de schoolvakken leer je in het tweede jaar de didactiek ervan: je leert het ambacht van lesgeven, en leer je een vraagstelling op wetenschappelijk niveau te benaderen en te onderzoeken.

Je verdiept je verder in de psychologie, geschiedenis en filosofie van opvoeding en onderwijs, het ontwerpen van lessen en een curriculum, en onderwijsvernieuwing. De training in beroepsvaardigheden en de stage zijn ook belangrijke onderdelen.

Jaar 3: de grote stad

Veel kinderen in de Randstad groeien op in een rijke en dynamische omgeving. Dat is niet altijd eenvoudig en remt kinderen soms in hun ontwikkeling. Je leert tijdens dit jaar welke kansen en moeilijkheden dit oplevert en hoe je hier in de klas en in de school mee omgaat. Ook staat  het onderwijs in de bètavakken op het lesrooster en leer je meer over de opvoeding van kinderen en mogelijke leerproblemen, ontwikkelings- en opvoedingsproblematiek. In een groot onderzoekspracticum focus je op (deel)aspecten van de consequenties die opgroeien en leren in de grote stad heeft.

Jaar 4: specialisatie

In het vierde jaar kies je voor een specialisatie: het jonge of het oudere kind. Je doet je lio-stage, dat wil zeggen dat je gedurende een halfjaar enkele dagen per week functioneert als zelfstandige docent voor een groep. Ook zet je samen met een kleine groep studenten onder begeleiding een onderzoek op en je sluit je opleiding af met een scriptie.

Na afronding van je studie krijg je twee volwaardige diploma's: leraar basisonderwijs (Bachelor of Education, BEd) en bachelor pedagogische wetenschappen (Bachelor of Science, BSc).

Bron: Universitaire Pabo van Amsterdam
|