Taalwetenschap

Gepubliceerd op 25 oktober 2011

Studieprogramma Taalwetenschap

Opbouw bachelor

De bachelor Taalwetenschap duurt drie jaar. Met ingang van studiejaar 2012-2013 zal overgegaan worden op de semesterindeling ‘8-8-4’. Een studiejaar zal dan bestaan uit twee semesters van elk twintig weken, verdeeld in blokken van 8 weken, 8 weken en 4 weken. Het eerste semester loopt van begin september tot eind januari; het tweede semester loopt van begin februari tot eind juni. De bachelor is zo ingericht dat je in principe 42 uur per week met je studie bezig bent.

Een studiejaar omvat 60 studiepunten. Studiepunten worden vermeld als ECTS (European Credit Transfer System) of EC. Per semester volg je een aantal vakken van 6, 12 of 18 EC. De belangrijkste onderwijsvormen zijn hoorcolleges en werkcolleges. Verspreid over de onderwijsperiode van een vak krijg je verschillende toetsen, minimaal twee per 6 EC. De resultaten van de toetsen vormen samen het eindcijfer van een vak.

Het eerste jaar van de bachelor (de propedeuse) bestaat uit vier vakclusters van elk 12 of 18 EC. Vakclusters bestaan uit meerdere vakken die met elkaar samenhangen. Je volgt in ieder semester twee vakclusters en nooit meer dan twee vakken tegelijk. In de propedeuse is er ook aandacht voor algemene academische vaardigheden zoals wetenschappelijk schrijven en onderzoeksvaardigheden. Als je alle onderdelen van het eerste jaar met succes hebt afgerond, ontvang je het propedeusediploma.

De vakken in het tweede en derde jaar van de bachelor bouwen voort op de vakken van het eerste jaar. Daarnaast volg je, in principe in het derde jaar, het vak Wetenschapsfilosofie. Iedere student sluit zijn of haar bachelor af met een afstudeertraject van 18 EC, waarvan 12 EC bestemd zijn voor de afstudeerscriptie. Als je alle onderdelen van het tweede en derde jaar hebt afgerond, ontvang je het bachelordiploma en de titel Bachelor of Arts (BA).

Een overzicht van alle bachelorvakken van Taalwetenschap in studiejaar 2012-2013 zal vanaf eind maart op deze website zichtbaar zijn.

Het vakkenoverzicht van het huidige studiejaar vind je in de digitale UvA Studiegids, zie verwijzing hieronder.

Onderwijsvormen

Je volgt gemiddeld zo’n 12 uur college per week De andere uren besteed je aan zelfstudie. Je zoekt en bestudeert materiaal in de bibliotheek, je bereidt je voor op colleges of tentamens of je schrijft een werkstuk.  De opleidingsspecifieke vakken volg je veelal in de vorm van werkcolleges. Hierin neem je onder leiding van een docent met een kleine groep medestudenten de lesstof door. Je maakt opdrachten over de stof of werkt - alleen of samen - aan een vraagstelling of onderzoek.

Op vrijdagmiddag zijn er regelmatig lezingen van gerenommeerde binnen- en buitenlandse onderzoekers, met aansluitend een borrel. De lezingen zijn voor iedereen toegankelijk.

Het eerste jaar

In het eerste studiejaar, de propedeuse, begin je met een inleiding in taalwetenschap en Nederlandse taalkunde, waarbij je kennis maakt met alle onderdelen van het vakgebied: van klankleer tot zinsbouw en van de studie van taalontwikkeling bij kinderen tot straattaal. Vervolgens ga je dieper in op een aantal onderwerpen. Je houdt je onder andere bezig met hoe klanken, woorden en zinnen zijn opgebouwd en welke betekenissen met taal kunnen worden overgebracht. Je bestudeert de betekenis van variatie in taalgebruik en hoe stoornissen in taal en spraak er uitzien. Er wordt tevens aandacht besteed aan onderzoeksvaardigheden, argumenteren en wetenschappelijk schrijven. Als je alle onderdelen hebt afgerond, ontvang je het propedeusediploma.

Het tweede en derde jaar

In het tweede en derde jaar ga je verder met de verdieping van de onderdelen die in de propedeuse zijn geïntroduceerd. Zo ga je onder meer in op de manieren waarop kennis over taal en spraak kan worden gebruikt in geautomatiseerde toepassingen, op de taalvariatie en taalverandering in monolinguale en multilinguale samenlevingen en op wat er mis kan gaan met taal en spraak bij hersenbeschadiging. In deze fase van je opleiding is er ruimte om keuzevakken te volgen. Ook volg je in het derde jaar het vak Wetenschapsfilosofie. Je sluit de bachelor af met een afstudeertraject van 18 studiepunten. Als je alle bachelorvakken met succes hebt afgerond, ontvang je het bachelordiploma en de titel Bachelor of Arts (BA).

Profileringsruimte en minor

Je hebt mogelijkheden om een deel van de studie naar eigen inzicht in te vullen. In het tweede en derde studiejaar heb je een profileringsruimte van 54 EC, waarvan 12 EC bestemd zijn voor een opleidingsgebonden keuzevak. Binnen de overige 42 EC kun je bijvoorbeeld een minor volgen van 24 of 30 studiepunten en/of keuzevakken binnen of buiten de Faculteit der Geesteswetenschappen. In totaal ben je verplicht 24 EC te volgen buiten het departement Taal- en letterkunde, waartoe de bachelor Taalwetenschap behoort.

Een minor is een samenhangend onderwijsprogramma van 24 of 30 EC (een halfjaar) dat je de gelegenheid geeft je blikveld te verruimen en een bepaald onderzoeksthema breed te benaderen of je te verdiepen in een bepaald onderwerp. Je kunt bijvoorbeeld een minor Kunstmatige intelligentie, Antropologie, Orthopedagogiek, Psychologie, of een minor Taalverwerving in een van de vele talen die aan de Faculteit der Geesteswetenschappen (FGw) worden aangeboden.

Ook zijn er minoren waarmee je je kunt kwalificeren voor bepaalde masteropleidingen.

Klik op onderstaande verwijzing voor een overzicht van het huidige minoraanbod.

Verwijzingen

Minoraanbod

Stage lopen

Tijdens een stage doe je werkervaring op en krijg je een indruk van de mogelijkheden binnen een organisatie, en van wat voor werk bij jou past. Tegelijkertijd krijgt de organisatie de kans kennis te maken met studenten Taalwetenschap en hun vaardigheden. Een stage, een verblijf in het buitenland en alle ervaring die je tijdens relevante (bij)banen, bestuursfuncties of vrijwilligerswerk opdoet, zijn een verrijking voor je studietijd én je curriculum vitae (cv).

Je kunt bijvoorbeeld stage lopen bij

  • de Nederlandse Stichting voor het Dove en Slechthorende Kind
  • het Instituut voor Taalonderzoek en Taalonderwijs Anderstaligen
  • het Meertens Instituut
  • schooladviesdiensten
  • ziekenhuizen
  • uitgeverijen

Of je kunt kiezen voor een stage binnen het onderzoek van een van de docenten van de opleiding, of bij een andere onderzoeker aan de UvA.

Verwijzingen

Stages FGw

Internationaal studeren

Internationale samenwerking is van cruciaal belang voor de wetenschap. De Universiteit van Amsterdam neemt dan ook intensief deel aan internationale samenwerkings- en uitwisselingsprogramma’s, waardoor je een periode in het buitenland kunt studeren. Er zijn onder meer samenwerkingsovereenkomsten met universiteiten in Europa, de Verenigde Staten en Canada. Zo zijn er programma’s op het gebied van taalwetenschap waaraan onder meer universiteiten deelnemen in:

  • Duitsland (Berlijn)
  • Zweden (Lund)
  • Engeland (Manchester)
  • Italië (Napels)
  • Denemarken (Odense)
  • Frankrijk (Parijs)

Studenten uit het buitenland volgen op hun beurt colleges bij de UvA. Je hebt, zeker als je na de bachelor doorgaat met een master, soms dus college met studenten uit andere landen.

Honoursprogramma

Met het honoursprogramma biedt de Universiteit van Amsterdam uitdagend onderwijs voor wie meer wil en kan dan het reguliere studieprogramma vraagt. Studenten van de FGw die hun propedeuse zonder herkansingen in één jaar afronden met gemiddeld een 7,5 of hoger kunnen na selectie worden toegelaten tot het honoursprogramma in het tweede en derde jaar van hun bacheloropleiding.

Voor studenten van de FGw bestaat het honoursprogramma uit het vak Digital Humanities (12 EC, voor alle honoursstudenten van de faculteit), een individueel onderzoekspracticum (12 EC) en een uitbreiding van de bachelorscriptie (6 EC). Studenten die het honoursprogramma met succes afronden krijgen een honourscertificaat bij de uitreiking van hun bachelorbul.

 

Verwijzingen

Honoursprogramma
Bron: bureau Communicatie
|