Business Information Systems
Brokering of Knowledge
Explaining the social and structural aspects of brokering
“Slechts 14% van de respondenten beoordeelde de prestaties van hun organisatie op het gebied van interne kennisoverdracht met een voldoende. Er blijken dus ruimschoots mogelijkheden tot verbetering te zijn.” (uit Winter en Szulanski, 2002, p.207)
Samenvatting
Het belang van kennis voor organisaties wordt reeds sinds decennia door velen van hen onderkend en is ook in de IS\IT-literatuur wijdverbreid. Hetzelfde geldt voor de middelen om de overdracht van kennis te faciliteren tussen geïsoleerde departementen. Deze thesis gaat dieper in op één van deze middelen, te weten kennis mediatie. Kennis mediators zijn individuen die stromen van kennis begeleiden over de grenzen die departementen van elkaar scheiden. Het gaat hier om kennis over IT en business gerelateerde werkzaamheden. In het bijzonder concentreert deze studie zich op IT-professionals die deze rol van mediator op zich nemen.
Alhoewel de huidige literatuur over kennismanagement zeer omvangrijk is, isde literatuur omtrent de condities die bijdragen aan het aannemen van deze mediator rol en de contingenties die deze condities reguleren echter relatiefgering. Om bij te dragen aan de verbreding van deze wetschappelijke kennis over kennis mediatie hebben wij een replicatiestudie uitgevoerd. De basis voor deze replicatiestudie was het artikel van Pawlowski en Robey (2004), en in het bijzonder hun conceptuele raamwerk voor het begrijpen van kennis mediatie door IT-professionals. Dit raamwerk is één van de eerste uitwerkingen die de condities poogt te beschrijven waaronder kennis mediatie plaatsvindt.
De door ons uitgevoerde replicatiestudie volgde een duaal traject; ten eerste beschrijft de studie een theoretische review van wetenschappelijke literatuur, welke aanleiding vormde voor de eerste revisie van het raamwerk van Pawlowski en Robey (2004). Ten tweede beschrijft deze studie de empirische veldstudie bij Organon, een farmaceutische multinational, welke aanleiding gaf tot een tweede onafhankelijke revisie van Pawlowski en Robey’s raamwerk. De hierbij gebruikte onderzoeksmethode was die van falsificatie. Daarbij is onderzoeksdoelstelling als volgt geformuleerd:
- Het doel in dit onderzoek is het theoretisch en empirisch analyseren van Pawlowski en Robey’s conceptuele raamwerk over kennis mediatie door IT-professionals, om zodoende te kunnen verifiëren en pogen te verklaren welke condities bijdragen aan het op zich nemen van de rol van kennis mediator.
Deze onderzoeksdoelstelling lijkt een waardig streven en leidde ons tot de volgende onderzoeksvraag:
- Tot op welke hoogte, indien aanwezig, kunnen kennis mediatie gedragingen door IT-professionals verklaard worden aan de hand van de condities die beschreven staan in in het raamwerk van Pawlowski en Robey (2004)?
Onze aanpak verschilt van eerdere studies en literatuur over kennis mediatie, doordat wij actief op zoek zijn gegaan naar een verklarende dimensie en doordat wij een sociaal perspectief hebben gehanteerd. Eerdere literatuur had namelijk vooral een beschrijvend en deterministisch karakter. Het door ons geïntroduceerde sociale perspectief heeft uiteindelijk ook geleid tot het hypothetiseren van menselijke incentives in kennis mediatie.
Het theoretische gedeelte van het onderzoek is gebaseerd op multidisciplinaire literatuur uit, onder andere, de informatiewetenschappen, sociologie en organisatiewetenschappen. Zijn empirische equivalent is gebaseerd op een bij Organon uitgevoerde empirische case studie. Organon is een farmaceutische multinational, vooral bekend van antidepressiva en anticonceptie medicijnen.
De synthese van zowel theoretische als empirische bevindingen diende de constructie van een herontwikkeld raamwerk. Dit herontwikkelde raamwerk tracht de dynamiek van kennis mediatie beter weer te geven, doordat het een verklarende dimensie bevat, wat zowel het inzicht van theoretici als practici omtrent het begrip kennis mediatie kan verbreden. Kwantitatief gezien heeft de studie twee gewijzigde en vier nieuwe condities opgeleverd, één nieuwe consequentie en acht nieuwe wetmatigheden en evenveel contingenties. De hieruit voortgekomen condities die bijdragen aan de rolaanname van kennis mediëring door IT-professionals zijn achtereenvolgens; autonome bedrijfseenheden, een federale IT structuur, gedeelde concepten, senioriteit en sociaal kapitaal. De studie onderkende verder de positieve gevolgen van kennis mediatie, zoals opgetekend door Pawlowski en Robey, maar onderkende ook een mogelijk negatieve consequentie van deze mediatie, namelijk rolconflicten.
Interessant is ook dat het centrale belang dat Pawlowski en Robey in hun studie toekenden aan gedeelde informatiesystemen voor brokering, in onze studie is vervangen door gedeelde concepten. Gedeelde concepten zijn zogenaamde boundary objecten-in-theorie (Levina en Vaast, 2005). Dit zijn objecten die gedeeld worden door meerdere communities, maar die echter een zekere verankering van gemeenschappelijk belang missen, omdat ze kunstmatig tussen communities zijn geplaatst (veelal zijn het senior management initiatieven). Deze substitutie roept een interessante nieuwe kijk op, wat betreft het gebruik van boundary objecten, waarover huidige literatuur relatief zwijgzaam is, namelijk dat boundary objecten ook niet-tastbare management concepten kunnen zijn die zwakke links tussen personen faciliteren. En ondanks dat deze concepten worden gebruikt door verschillende communities (overeenkomstig ‘ouderwetse’
boundary objecten), kunnen ze enkel geëxploiteerd worden door individuen met senioriteit (ofwel mediators), die actief betrokken zijn bij deze concepten. Verder, heeft dit onderzoek ook éénendertig mechanismen verondersteld, die het kennis mediatie gedrag van IT-professionals kunnen rationaliseren.
Ondanks het feit dat deze condities en mechanismen tot stand zijn gekomen binnen een niet-representatieve afspiegeling van de doorsnee populatie van organisaties (het onderzoek heeft zich afgebakend binnen de context van ITprofessionals), brengt de studie toch voldoende bewijs voort dat suggereert dat het herontwikkelde raamwerk te generaliseren is. Dit houdt in dat het raamwerk ook leidend kan zijn in contexten zonder IT-professionals.
Vanuit een managementperspectief beschouwd, kan kennis mediatie ook gezien worden als een kostenefficiënt en flexibel instrument om kennisuitwisseling tussen communities te faciliteren. En in tijden van steeds verder oprukkende decentralisatie en geografische herallocatie van middelen wordt de dreiging van een nieuwe Toren van Babel binnen organisaties steeds reëler. In dit geval wordt mediatie steeds belangrijker in de harmonisatie van operaties, teneinde langdurig competitief voordeel te kunnen behalen. En om de rol van kennis mediatie in relatie tot langdurig competitief voordeel voor organisaties te onderschrijven, hebben we het gepositioneerd binnen de Knowledge-based View of the Firm. Hierin betogen wij dat mediatie informatie-asymmetrieën binnen een organisatie kan verminderen, wat noodzakelijk is om langdurig competitief voordeel te kunnen realiseren.
Om terug te komen op onze Toren van Babel; het begrijpen van het mediatie fenomeen is een eerste vereiste. Dit wordt momenteel afgedekt door de huidige IS\IT literatuur. Het cultiveren van het fenomeen is een tweede essentiële stap, die wordt ondersteund door het herontwikkelde raamwerk dat uitvoerig is beschreven en besproken in deze studie. Naast het raamwerk, heeft de studie gepoogd kennis mediatie verder te verhelderen.
We sluiten deze samenvatting af met de relativerende constatering dat het slagen van interne kennisoverdracht en gezamenlijke betekenis niet alleen afhangt van kennis mediatie, maar vermoedelijk ook van andere factoren, zoals de organisatiestructuur, de boundary objecten, de organisatiecultuur, de dynamiek van de omgeving et cetera. Daarom sluiten we af met de suggestie om meer inzicht te verwerven in de relatie tussen deze factoren en kennis mediatie. Echter, de eerste stap om ons inzicht te bevorderen is gezet middels deze studie, en in het bijzonder door het herontwikkelde raamwerk...
Tot slot achten wij dit onderzoeksgebied relevant voor informatiekundige wetenschappers, studenten en overige wetenschappen met een interesse in kennismanagement. Door ook de empirie in dit onderzoek te betrekken hopen wij ook de praktische kant van dit onderzoek te onderschrijven. Daarom achten we dit onderzoeksveld ook relevant voor practici, zoals consultants en managers die een bredere kijk op kennismanagementprincipes willen krijgen.
Tim Hoogeboom


