Nederlandse letterkunde

Gepubliceerd op 9 november 2006

‘Een plek binnen deze opleiding zie ik als een privilege voor studenten’

Interview met dr. Klaus Beekman, universitair hoofddocent bij de leerstoelgroep Moderne Nederlandse letterkunde.

Hoe bent u terechtgekomen in de neerlandistiek?

‘Ik heb Nederlandse taal- en letterkunde gestudeerd aan de UvA en ben vervolgens gepromoveerd aan de Universiteit Utrecht. Na mijn promotie ben ik eerst als kandidaat-assistent gaan werken bij Algemene Literatuurwetenschap. Daarnaast werkte ik bij het letterkundig museum in Den Haag. Nu werk ik alweer 35 jaar bij de afdeling Neerlandistiek van de Faculteit der Geesteswetenschappen. Ik doceer en doe onderzoek. Verder heb ik diverse andere werkzaamheden verricht. Zo ben ik directeur van het onderwijsinstituut Neerlandistiek geweest en heb ik met prof. dr. Frank van Vree de minor Kritiek en Journalistiek ontwikkeld.

Momenteel ben ik voorzitter van de opleidingscommissie van de onderzoeksmaster Nederlandse letterkunde. Verder ben ik hoofdredacteur van de reeks Avant-Garde Critical Studies, waarin aandacht wordt besteed aan de historische avant-garde op gebieden als literatuur, beeldende kunst, film en architectuur. Deze reeks is voortgekomen uit een samenwerkingsverband van universiteiten in Parijs en Bremen en de UvA. Samen met o.a. prof. dr. Willem Weststeijn, hoogleraar Slavische letterkunde en dr. Ben Rebel, universitair hoofddocent bij de leerstoelgroep Geschiedenis van de bouwkunst, heb ik de afgelopen jaren verschillende projecten op genoemde terreinen ontwikkeld.'

De onderzoeksmaster Nederlandse letterkunde

‘Samen met prof. dr. Herman Pleij verzorg ik een kernmodule van de onderzoeksmaster Nederlandse letterkunde: Literatuurbeschouwing en geschiedschrijving. Daarbij begeleid ik scripties en geef ik een tutorial. De master Nederlandse letterkunde is uniek in Nederland. De master is goed gestructureerd. Studenten krijgen een brede theoretische basis en doen gedegen kennis op van de bestudering van de historische en moderne Nederlandse literatuur. Ik breng ze bij hoe ze onderzoek moeten verrichten en leer ze kritische vragen te stellen over onderzoek. Ze moeten zich bewust worden dat literatuur zich op een literair veld beweegt, waar allerlei literaire instellingen een rol spelen. In de master worden ideeën aangedragen voor onderzoeksprojecten. Maar er blijft voor de studenten genoeg ruimte over om een eigen weg te bewandelen. Ze krijgen daarbij intensieve begeleiding van de docent wiens onderzoeksgebied dichtbij het onderwerp van hun keuze ligt. Omdat de opleiding kleinschalig is, is een optimale persoonlijke band tussen studenten en docenten mogelijk.

Het lijkt voor de hand te liggen dat een student die een onderzoeksmaster heeft gevolgd automatisch promovendus wordt. Helaas liggen de onderzoeksplaatsen niet voor het oprapen. Maar ook al krijgt een student geen onderzoeksplaats, dan nog loont het om een onderzoeksmaster te hebben gevolgd. Ik zie een plek binnen deze opleiding als een privilege voor studenten, waarmee zij hoe dan ook hun voordeel kunnen doen in de maatschappij.'

Bron: Faculteit der Geesteswetenschappen
|