Journalistiek en media (duale master)

Gepubliceerd op 18 februari 2003

Interview met Gerard Nijssen

Films, ik haal ze overal vandaan en het liefst van zolder!

Gerard Nijssen is filmresearcher, hij zoekt en vindt het meest bijzondere archiefmateriaal. Als freelancer werkt hij, vanaf het begin, bij Andere Tijden. Daarnaast runt hij al veertien jaar een bedrijf in filmresearch. Zijn belangrijkste opdrachtgevers zijn NOS Actueel, musea en regisseurs, zijn favoriete bron: een onontgonnen zolder, zijn motto: alles helemaal afkijken, want in een filmblik van Charlie Chaplin kan altijd wat anders zitten dan op het deksel staat.

Hoe ziet je werk eruit, als filmresearcher?
Ik werk 2,5 dag per week voor Andere Tijden en daarnaast voor verschillende klanten, niet alleen voor televisie, maar ook voor musea met veel historisch materiaal. Samen met mijn ‘zakenpartner’ Erik Willems, inventariseren we ook filmarchieven, zoals laatst voor TPG Post, de sectie militaire geschiedenis. Zo’n inventarisatie levert soms waardevol materiaal op, soms zorg ik ervoor dat dit wordt opgenomen in de collectie van het Smalfilm Museum of van het Instituut voor Beeld en Geluid. Laatst nog vond ik in het archief van de eerste directeur van Pathé filmtheaters, een aantal ‘babypathé-filmpjes’ - dat zijn 9,5 mm films -  uit de twintiger jaren, waarvan er zeven geconserveerd worden. Eén ervan was een licht erotisch filmpje die hij van zijn vrouw had gemaakt. Een hele vroege amateur die natuurlijk zelf z’n film kon ontwikkelen. Hij had’m in een oud hoesje gestopt van iets heel anders. Je moet je nooit op het verkeerde been laten zetten door hoesjes of titels, daar zit soms iets heel anders achter. Naast inventariseren maken we ook archiefcompilaties voor musea. Steeds meer musea maken bij tentoonstellingen gebruik van de kracht van bewegend beeld en ik vind dat natuurlijk heel waardevol. Maar zoektochten in archieven van musea of van de overheid leveren soms ook materiaal op voor een televisieprogramma. Het ministerie van Defensie (sectie militaire geschiedenis) had op zolder een archief van meer dan 1200 films, daar vonden we beeldmateriaal van La Courtine in Frankrijk, waar veel dienstplichtige Nederlandse mannen op herhaling gingen. Dat leidde tot een onderwerp voor Andere Tijden.

Wat doe je precies voor televisie, behalve Andere Tijden?
Ik werk regelmatig voor NOS Actueel, vooral herdenkingen, en voor regisseurs, meestal voor documentaires. Recent heb ik een klein deel van de research gedaan voor de documentaire over Louis Davids (Van Zandstraat naar Kurhaus). Ik was deze week ook bij de voorvertoning en het is heel leuk om het effect op het publiek mee te maken. Meestal merk je daar niets van bij televisieprogramma’s, maar je hoopt wel dat mensen op een bepaalde manier reageren op fragmenten. Nu kon ik dat zien. En horen, want de man naast mij begon spontaan mee te zingen. Verder heb ik gewerkt met o.a. Joost Seelen, Leo de Boer, Ditteke Mensink, Annegriet Wietsma, Erik Willems en met Erik van Empel, die bezig is met ‘Heldenlevens’ een documentaire over de Tour de France, voor het Uur van de Wolf. Ik zoek ook materiaal voor de herdenking van de watersnoodramp, vooral kleurenfilms. Nog niet gevonden maar ze moeten er zijn, dat kan haast niet anders. Een zwart-wit belevenis krijgt een heel andere dimensie zodra het in kleur te zien is.

Hoe en waar ga je materiaal zoeken?
Overal en nergens, maar het liefst op zolder. De zoektocht begint natuurlijk vaak bij het Instituut voor Beeld en Geluid, het Filmmuseum, of bij een gemeente-archief. Op zolders van instellingen, musea maar ook van particulieren, vind je soms de mooiste dingen, verstopt in een kist… Maar de zoektocht verschilt natuurlijk erg per onderwerp en opdracht. Ik heb gezocht naar filmbronnen voor het Srebrenica-onderzoek van het NIOD. Daarvoor heb ik ruim 170 video’s van Dutchbatters bekeken, dat vond ik vaak veel aangrijpender dan de officiële beelden die je op televisie zag. Beelden van Srebrenica met jongens van veertien, waarvan je niet weet of ze nog leven, of van een voetbalpartijtje tussen Dutchbatters en mannen uit Srebrenica, van voor de ellende dus. Daar heb ik toch wel slecht van geslapen. Maar de kick van het werk is om, naast het professionele en officiële materiaal, privémateriaal te vinden, dat nog volslagen onbekend maar wel bruikbaar is. Dat was ook het geval bij de documentaire ‘Bleekneusjes’ van Ditteke Mensink, over vakantiekoloniën voor kinderen. Die koloniën werden deels gefinancierd door bioscoopcollectes, waarvoor diverse professionele filmpjes gemaakt zijn. Ik zocht ook ander materiaal en de zoektocht is exemplarisch: via filmkeuringsrapporten ben ik op filmtitels gekomen. Vervolgens heb ik geprobeerd die films op te speuren en met succes.

Waar ben je trots op?
Ik ben trots op Anderen Tijden en verder op zoveel, al is het maar dertig seconden. En het gaat niet alleen om het ‘terugzien op televisie’ maar ook om hoe iets tot stand komt. Een mooi voorbeeld daarvan is de 15 augustus herdenking voor NOS Actueel in 2001, de herdenking van de oorlog met Japan. Ik had een historisch filmpje gevonden van maar een paar minuten. Daarop twee vrouwen met een band om hun arm, een portret van Koningin Wilhelmina op de achtergrond, de Nederlandse vlag hesen in, wat wij herkenden als een vrouwenkamp in Indonesië. NIOD en NOS Actueel hebben uitgezocht om welk kamp het ging. Op basis van de vegetatie die te zien was op het filmpje hebben ze dat kunnen vaststellen! Het ging op Aek Paminke III op Sumatra. NOS Actueel heeft toen dagboeken gezocht uit dat kamp en daaruit bleek dat er inderdaad een 16 mm camera verstopt was in het kamp, waarmee opnames zijn gemaakt bij de bevrijding. Vervolgens zijn mensen opgezocht die nog leefden, zij zagen 55 jaar na dato dat filmpje en vertelden erover in de uitzending.
En – ander voorbeeld – ik heb ook eens een filmpje gevonden over een Nederlandse familie in Canada, de familie Boelhouwer. Dat was een film van de Canadese overheid om de beeldvorming onder Canadezen over migranten te verbeteren, dat het van die nette hardwerkende mensen waren. Het leek mij wel wat voor Andere Tijden en Laura van Hasselt en Gerda Jansen Hendriks hebben er een item van gemaakt. Ik dacht zelf aan ‘hoe de overheid de publieke opinie bewerkt.’ Maar zij hebben de film als basis gebruikt om te kijken hoe het die familie vergaan is, en hebben hen ook in het ‘nu’ en in Nederland gefilmd. Dat is de vrijheid van de makers en zo hoort teamwork te zijn.

Waar word je liever niet aan herinnerd?
Ik word af en toe gezien als een workaholic, terwijl ik gewoon vind dat ik zulk leuk werk doe. Nou ja, ik schrik alleen als ik merk dat ik het zelf niet meer leuk vind, meestal heb ik het dan te druk. Een echt punt van irritatie is het regelen van de rechten. Dat doe ik zelf als ik werk voor een andere opdrachtgever dan de omroep en het is een regelrechte en kostbare ramp! De drempels in Hilversum zijn belachelijk hoog, vind ik. Voor omroepfragmenten betaal je als museum een minimumtarief van € 228,- (het culturele tarief) en soms heb je zes fragmenten van 15 of 20 seconden van verschillende omroepen en betaal je voor elk fragment dat tarief!

Wat houdt je werk leuk en inspirerend?
Als ik zie dat mensen plezier hebben van mijn werk, zoals bij de Grote Geschiedenisquiz, dat wordt opgenomen met publiek. Ik vind het belangrijk dat de kracht van bewegend beeld wordt herkend en dat daardoor ook een vak als geschiedenis weer populair wordt.

Bron: Journalistiek en media
|