Comparatieve neerlandistiek
'Je moet bereid zijn het onderste uit de kan te halen'
Interview met prof. dr. Thomas Vaessens, hoogleraar Moderne Nederlandse letterkunde en coördinator van de onderzoeksmaster Nederlandse letterkunde.

De coördinator van de onderzoeksmaster is tijdens en voorafgaand aan de opleiding het eerste aanspreekpunt voor de studenten. Bij hem kun je terecht met vragen over het programma, de inhoud van de vakken, onderzoeksmogelijkheden en voor hulp of advies bij het verwezenlijken van je letterklundige toekomstplannen, binnen of buiten de wetenschap. De coördinator van het programma Nederlandse letterkunde is Thomas Vaessens. Aan hem stellen we enkele vragen.
Nederlandse letterkunde is een Amsterdams-Utrechtse opleiding. Wat betekent dat?
Dat betekent dat de twee grootste instituten voor Neerlandistiek de handen ineen geslagen hebben om op het specifieke terrein van de Nederlandse letterkunde de best denkbare opleiding te creëren. Nergens in de wereld is op het terrein van de Nederlandse letterkunde zoveel expertise samengebald in één opleiding. Die opleiding is bovendien ingebed in niet één, maar in twee grote faculteiten Geesteswetenschappen. Daarmee is gegarandeerd dat we als neerlandici niet op een eiland zitten en dat we in alle opzichten de grens overgaan, zowel voor wat betreft onze onderwerpen (we bestuderen de Nederlandse literatuur in de context van een globaliserende cultuur) als voor wat betreft onze werkwijze (we werken samen met historici, mediawetenschappers, kunsthistorici etcetera).
Dus de student merk ook echt iets van deze samenwerking?
Jazeker. Je volgt vakken aan beide faculteiten en je kunt kiezen uit hun duizelingwekkende vakkenaanbod. Ook is het natuurlijk fijn dat je je in Amsterdam en Utrecht in het centrum bevindt van de Nederlandse cultuur en literatuur: Amsterdamse en Utrechtse neerlandici onderhouden nauwe contacten met uitgeverijen, cultuurredacties en literaire organisaties in de Randstad. Veel van onze alumni danken hun banen mede aan het feit dat ze al tijdens hun studie konden beginnen met het aanleggen van en netwerk in de culturele wereld.
Hoe zien de twee jaar van deze opleiding er globaal uit?
Het eerste semester bestaat uit een aantal vaste onderdelen, zogenaamde kernvakken. Dit zijn cursussen die alleen voor onderzoeksmasterstudenten toegankelijk zijn en die speciaal voor deze opleiding zijn ontwikkeld. Er is een (Amsterdams) vak waarin de verschillende letterkundige en literatuurwetenschappelijke benaderingswijzen centraal staan, een (Utrechts) vak waarin je leert hoe de letterkunde is ingebed in de bredere debatten binnen de Geesteswetenschappen of Humanities en er is een (Amsterdams) onderzoeksvak waarin je zelf aan de slag gaat, bijvoorbeeld met een auteur, een stroming of beweging, een tijdschrift, een genre, een medium, een thema of een ontwikkeling in de literatuur of de literaire cultuur.
Vanaf het tweede semester krijg je de gelegenheid een begin te maken met je profilering. Ben je vooral geïnteresseerd in de moderne of modernste letterkunde, of gaat je belangstelling uit naar ouder letterkunde? Ben je cultuurhistorisch georiënteerd of eerder tekstanalytisch? Spreekt de onderzoeksmentaliteit van Cultural studies je aan, of voel je je eerder aangetrokken tot de institutionele analyse?
Je profileert je in tutorials en keuzevakken. Die keuzevakken kies je uit het brede masteraanbod van de beide faculteiten (UvA en UU), bijvoorbeeld vakken die bij Nederlandse taal en cultuur worden aangeboden, maar je kunt ook voor andere vakken kiezen. Bij Mediastudies, bijvoorbeeld, of bij geschiedenis, literatuurwetenschap of kunstgeschiedenis.
De tutorials hebben idealiter het karakter van een onderzoeksstage: je loopt mee in het onderzoek van een ervaren onderzoeker, met wie je bijvoorbeeld een (deel van een) publicatie voorbereidt. Tutorials kunnen ook het karakter van een (begeleide) literatuurstudie hebben.
In overleg met mij stel je je eigen programma zo samen dat er een duidelijke lijn in zit, uitmondend in de scriptie. Het is zaak bij het kiezen van keuzevakken en tutorials rekening te houden met het soort kennis en vaardigheden dat je nodig hebt in je scriptie. Veel studenten kiezen ervoor om in dit voorlaatste semester alvast te beginnen met hun scriptie
En daarna?
Dat is voor elke student anders. In de eerste plaats is er natuurlijk de onderzoeksmasterstudent die ervan droomt een proefschrift te gaan schrijven. Als blijkt dat je over talent, nieuwsgierigheid en doorzettingsvermogen beschikt, doen we er alles aan om je op weg te helpen. Aan onze faculteit heerst een goed en uitdagend onderzoeksklimaat: er zijn altijd enthousiaste mensen te vinden die onderzoek doen op het terrein van jouw keuze. Je hoort vaak dat het niet eenvoudig is tot een promotietraject te worden toegelaten. Dat mag waar zijn, maar ik denk dat er voor mensen met lef en overtuiging goede kansen zijn.
Maar niet iedereen droomt van een carrière in de wetenschap. Daarom zorgen we ervoor dat, als je de onderzoeksmaster gevolgd hebt, je profiel breder is. Je beschikt over grote kennis van literatuur, je hebt een goed analytisch vermogen, je kunt voortreffelijk formuleren, je weet wat er in de wereld van literatuur en letterkunde te koop is... dus ook als je (literair-)journalistieke ambities hebt, of ambities in de richting van de (literaire, wetenschappelijke of educatieve) uitgeverij, ben je bij deze onderzoeksmaster aan het goede adres. Het programma biedt ook ruimte je op die terreinen toe te leggen, bijvoorbeeld in de vorm van tutorials, masterclasses of een stage. Het voordeel van de stad Amsterdam is natuurlijk ook dat de meeste potentiële werkgevers in het literaire veld om de hoek zitten.
Waarom een tweejarig masterprogramma?
Ik zou eerder zeggen: waarom niet? Veel studenten denken dat ze haast hebben; ze voelen kennelijk druk om zo snel mogelijk aan het werk te gaan. Dat vind ik altijd heel jammer om te horen. Wie nu studeert, mag straks misschien wel tot z'n zeventigste doorwerken. Investeer dan liever nog een jaartje extra in die lange carrière. Een eenjarig mastertraject is mooi, maar met een diploma van een (tweejarige) onderzoeksmaster kom je verder, ook buiten de wetenschap. Ik houd studenten altijd voor dat we in een wereld leven waarin nog maar weinig werkgevers een goed beeld hebben van wat een universitair masterdiploma precies is. Er zijn nogal wat werkgevers die het (onterechte) idee hebben dat het doctoraal van vroeger eigenlijk beter was. Als je bij zo iemand solliciteert, is het dus plezierig als je kunt zeggen dat je een selectief masterprogramma hebt doorlopen. Ik hoop dat iedereen die aan de ingangseisen voor een onderzoeksmaster voldoet zich dat realiseert.
Wat zijn die ingangseisen?
Het cijfergemiddelde van je bachelor dient ten minste 7,5 te zijn. Ook moet je een behoorlijke paper, nota of BA-scriptie(hoofdstuk) kunnen tonen. Je scriptie lezen we trouwens sowieso als die af is, vooral ook omdat we benieuwd zijn naar je belangstelling en naar je theoretische oriëntatie. Tenslotte willen we van iedereen die zich aanmeldt twee klinkende aanbevelingen zien, bijvoorbeeld van docenten uit je bacheloropleiding, of van je scriptiebegeleider.
Elke aanmelding wordt serieus bekeken en gewogen, maar ik moedig mensen die zich willen aanmelden altijd uit om al voor hun aanmelding met me te komen praten. Een gesprek zegt altijd veel meert over iemands geschiktheid voor een opleiding dan een papieren procedure.
Is deze opleiding iets voor mij?
Wat je plannen ook zijn, je moet wel bereid zijn het onderste uit de kan te halen. Het is een pittige opleiding, een intellectuele uitdaging die van je verlangt dat je op zoek gaat naar de grenzen van je mogelijkheden. Als je daar niet bang voor bent, ben je hier aan het goede adres. Kom er eens over praten, zou ik zeggen. Ik heb spreekuur op maandagen tussen 11.00 en 12.00 uur. Ik zit in kamer 4.33 van het P.C. Hoofthuis. Mijn deur staat open!


