Comparatieve neerlandistiek

Gepubliceerd op 3 november 2008

De docenten

Traject Comparatieve neerlandistiek

Het onderzoek bij Neerlandistiek beslaat verschillende gebieden:

  • historische letterkunde
  • moderne letterkunde
  • taalkunde
  • taalbeheersing
  • argumentatietheorie en retorica
  • Nederlands als tweede taal (NT2) 
  • straattaal
Prof. dr. Thomas Vaessens

Prof. dr. Thomas Vaessens

'Ik ben geïnteresseerd in het functioneren van literatuur in cultuur en maatschappij en stel in mijn onderzoek vragen als:

  • wat zijn de rol en de betekenis van de schrijver/de literatuur in de wereld?
  • welke aspecten van de literaire communicatie zijn door schrijvers, critici, uitgevers, onderwijzers, bibliothecarissen, censoren... van belang geacht voor individu en samenleving?
  • hoe verhoudt/verhield het literaire discours zich tot het publieke debat?

Verder gaat mijn belangstelling uit naar de verschillende manifestaties van de avant-garde in de 20e en 21e eeuw en hoe die avant-gardes zich verhouden tot ontwikkelingen in cultuur (commercialisering, nieuwe media…) en samenleving (transculturaliteit, democratisering…).  Ik publiceerde in de afgelopen jaren over postmodernisme, over literatuur en (nationale) identiteit en over recente mediumoverschrijdende ontwikkelingen in de poëzie.'

Dr. Yra van Dijk

Docent bij de leerstoelgroep Moderne Nederlandse letterkunde

'Ik schreef een proefschrift over de betekenis van de witte plekken, het typografisch wit, in de moderne poëzie (Leegte, leegte die ademt, 2006). In dat boek werden niet alleen gedichten geïnterpreteerd, maar zelfs de lege plekken daarin. Die nadruk op interpretatie, en op het verband tussen vorm en inhoud, kenmerkt ook mijn andere publicaties, zoals over de Vlaamse dichter Paul Bogaert.

De literaire tekst is voor mij het uitgangspunt en het eindpunt. Een analyse, zo veel mogelijk met behulp van heldere theorie, kan een tekst tot leven brengen en verdiepen. Analyses monden weer uit in interpretaties. De letterkundige moet zich niet, uit angst voor subjectiviteit, onthouden van interpretaties.

Aan het onderzoek naar de romans van Arnon Grunberg, waar ik op dit moment aan werk, ligt dat idee ook ten grondslag. Door het uitvoeren van thematische- en verteltechnische roman-analyses hoop ik iets te weten te komen over de betekenis van deze boeken. Niet alleen gedichten, ook romans zitten immers vol witte plekken waarvan de betekenis zich niet meteen prijs geeft.'

Dr. Gaston Franssen

'Sinds ik in Utrecht Nederlandse Taal en Cultuur studeerde, laat de Nederlandse literatuur mij niet meer los: ik specialiseerde me in de poëziebeschouwing en het onderzoek naar literaire kritiek, en werd vaste medewerker van  de culturele tijdschriften Parmentier en DW&B. In 2008 publiceerde ik mijn proefschrift gerrit kouwenaar en de politiek van het lezen (2008). Mijn huidige onderzoekswerkzaamheden richten zich op literatuurkritiek en de totstandkoming van kritische subjectiviteit.

Centraal in mijn onderzoek staat de wisselwerking tussen literatuur en literaire kritiek. Het gaat mij er in de eerste plaats om te achterhalen hoe een literair werk functioneert. Welke reacties roept het op? Hoe proberen lezers er een betekenis aan toe te kennen? Een gedicht of een roman is mijns inziens een singulier, ongrijpbaar iets; door onze reacties op dat fenomeen in kaart te brengen en te bestuderen, krijgen we inzicht in de betekenis en het belang van literatuur in het algemeen. Dat is essentieel, want letterkunde is niet alleen maar de studie van literatuur: het is ook steeds opnieuw zoeken naar het antwoord op de vraag waarom literatuur ons zo blijft fascineren.'

Prof. dr. Lia van Gemert

'De grootste drijfveer in mijn onderzoek is de dynamiek tussen literatuur en maatschappij. Elke tekst wil communiceren met zijn lezers, mijn vraag is vooral hoe dat gebeurt en welke invloed de historische en de moderne lezer hebben op de verbinding tussen de tekst en hun eigen wereld. Mijn specialisatie ligt in de vroegmoderne periode, tussen 1550 en 1800. In de genres uit die tijd (bijvoorbeeeld tragedie, lyriek, epos, emblematiek en roman) vind je projecties van maatschappelijke idealen: de auteurs probeerden hun publiek bepaalde identificaties op te dringen. Die identificaties lagen niet vast: elke lezer - toen en nu - kiest een eigen standpunt.'

Op dit moment doe ik onderzoek naar de populaire literatuur uit de Renaissance en Verlichting, vooral de romans. Ik gebruik daarbij de ervaringen uit mijn eerdere projecten over gewone ‘huis- tuin- en keukenliteratuur' zoals de memoires van een zeventiende-eeuwse huisarts en de poëzie van vrouwen tussen 1550 en 1850. Methodologisch sluit ik aan bij het New Historicism en de semiotiek. Die gaan ervan uit dat de betekenis van een tekst niet een gefixeerd historisch feit is, maar een eeuwigdurend proces van productie, waarbij ook de onderzoeker zelf en zijn/haar eigen tijd een rol spelen.

Ook het voortgezet onderwijs is een van mijn aandachtsgebieden. Ik heb meegewerkt aan drie delen voor de reeks Tekst in Context en bereid een vierde deel, over Vondel, voor. Voor de educatieve website www.literatuurgeschiedenis.nl was ik hoofdredacteur van het onderdeel De Gouden Eeuw.

Persoonlijke pagina's docenten

Persoonlijke pagina's van de overige docenten vind je via onderstaande links. Tot het docententeam behoort ook Saskia Pieterse. Zij heeft nog geen persoonlijke pagina. 

Bron: Graduate School for Humanities
|