Informatiekunde

Gepubliceerd op 4 februari 2005

Informatiekunde aan de UvA

Informatiekunde combineert kennis uit verschillende vakgebieden: bedrijfskunde, informatiewetenschappen, communicatiewetenschap en sociologie. De Universiteit van Amsterdam (UvA) biedt de unieke bachelor Informatiekunde aan waarbij de kennis uit deze vakgebieden in één opleiding is geïntegreerd. Je krijgt een samenhangend vakkenpakket aangeboden dat zich richt op de specifieke aspecten waar je als informatiekundige mee te maken krijgt.

Wetenschappelijke samenwerking

De docenten bij Informatiekunde hebben veel contact met het bedrijfsleven en wetenschappelijke onderzoekinstituten, waardoor ze op de hoogte blijven van de nieuwste ontwikkelingen. Zo kom je als student met alle invalshoeken van het vakgebied in aanraking. Ook binnen het onderzoek van Informatiekunde werken UvA-wetenschappers nauw samen met andere kennisinstituten, universiteiten en bedrijven in binnen- en buitenland. Zo wordt samengewerkt met instellingen als het Centrum voor Wiskunde en Informatica en het Anton Dreesman Institute for Infopreneurship (beide in Amsterdam), het Telematica Research Centrum te Enschede en de Katholieke Universiteit Leuven (België). Ook is er samenwerking met bedrijven als IBM, Oracle, cap Gemini, Ernst & Young en PinkRoccade en overheden.

Onderwijsvormen

Aan de UvA is een studiejaar verdeeld in twee semesters van gemiddeld 20 weken, die opgebouwd zijn uit afgeronde eenheden met modules van 4, 8 of 16 weken. Elke module wordt na afloop getoetst. Een studiejaar omvat 60 studiepunten.

Tijdens de bachelor Informatiekunde krijg je hoorcolleges, werkcolleges, practica en projecten.
In een hoorcollege behandelt een docent de theorie en literatuur van een bepaald vak, terwijl de studenten luisteren. Als je meer wilt weten of iets niet begrijpt, kun je vragen stellen. Een hoorcollege volg je in grote groepen.
Tijdens een werkcollege oefen je onder begeleiding van een docent met de stof die op het hoorcollege behandeld is. Je maakt en bespreekt opdrachten die tot dieper inzicht leiden en komt in aanraking met de praktische aspecten van het vak. Een werkcollege volg je in kleinere groepen.
Practica bestaan uit oefenopdrachten die je, individueel of in een kleine groep in de computerlabs uitvoert. De begeleiding van deze practica is in handen van een docent of student-assistent.
In een project ga je in een team van studenten gedurende vier weken aan de slag om aan een specifieke opdracht te werken. De nadruk in projecten ligt op zelfstudie, en werken in teams. Je wordt begeleid door de docenten.
Ieder vak sluit je af met een toets. Dat kan een schriftelijk of mondeling tentamen zijn of een werkstuk.

Aantal college-uren
Ongeveer de helft van de veertigurige studieweek bestaat uit contacturen: hoor- en werkcolleges en practica. De rest van de tijd benut je om zelf te studeren of in de practicumzaal aan opdrachten te werken.

Bron: Redactie UvAweb
|