Om een systeem dat zo complex is als de aarde te begrijpen, moet je kennis putten uit alle bètadisciplines. Wil je bijvoorbeeld het stijgend waterpeil in rivieren in Nederland analyseren, dan bestudeer je de stroming van de rivier (natuurkunde en wiskunde), maar ook de planten en dieren in de uiterwaarden (biologie) en de chemische samenstelling van het water (scheikunde).
Het werkveld van de aardwetenschapper ligt buiten. Om je kennis in perspectief te zien, ga je het veld in. Veldwerk vormt dan ook een belangrijke component van de opleiding. In het eerste jaar van de studie ga je bijvoorbeeld al twee weken naar Spanje waar je de opgedane kennis in de praktijk toepast.